Aanleiding
Tot oktober 1926 had Maarn geen katholieke kerk en behoorden de inwoners gedeeltelijk bij het dekenaat Wijk bij Duurstede en bij het dekenaat Amersfoort. Deken Leblanc, pastoor van Cothen, onderkende de noodzakelijkheid van een hulpkerk in Maarn en bracht dit bij de aartsbisschop ter sprake. Om het probleem van de bediening op te lossen, bood professor Overmaat van het grootseminarie te Rijsenburg aan zondags vanuit Rijsenburg in Maarn de heilige mis te lezen. Dit had tot gevolg dat Overmaat in 1925 door de aartsbisschop mgr. Van de Wetering werd benoemd tot bouwpastoor van Maarn. Hoe hij het geld voor een kerk bij elkaar kreeg, moest hij zelf maar zien. Overmaat kreeg het bij elkaar. Hij reisde stad en land af en profiteerde tijdens de inzamelingsactie van de grote verering rond de heilige Theresia aan wie hij de kerk wilde opdragen.
Theresia was een non die op 24 jarige leeftijd stierf. In 1925 werd ze heilig verklaard. Ze was toen al een volksheilige, omdat ze na haar dood ‘rozen liet regenen’.
De kerk kan worden gebouwd
Op 5 maart 1926 waren de plannen voor de kerk door architect Kroes uit Amersfoort zo ver uitgewerkt dat ze aan de aartsbisschop konden worden voorgelegd. De kosten van de kerk met pastorie werden geraamd op ruim dertigduizend gulden. De bisschop maakte bezwaar tegen zulke grote uitgaven en wilde voorlopig slechts een houten noodkerkje bouwen. Pastoor Overmaat voelde daar niet voor en stelde voor de kerk en de pastorie op eigen risico te bouwen op voorwaarde dat de gemaakte kosten uit de bijeen te zamelen giften mochten worden verrekend. ‘Bouw dan maar raak,’ was het antwoord van de bisschop.
Intussen had de parochie van Hamersveld, waaronder het noordelijk gedeelte van Maarn hoorde, zich bereid verklaard tienduizend gulden te schenken. Enige tijd later werd ook door de parochie van Cothen eenzelfde bedrag geschonken.
In het begin van de maand april werd door aannemer Hemels uit Amersfoort met de bouw begonnen tegen een onderhands overeengekomen bedrag van bijna dertigduizend gulden. Hierbij waren de meubilering en het uurwerk niet inbegrepen. Het uurwerk met klok kostte ruim zeventienhonderd gulden.
Op 17 mei 1926, de eerste verjaardag van de heiligverklaring van de patrones, vond de eerste steenlegging plaats door deken Leblanc. Op 30 september werd de kerk gewijd door deken Fock van Amersfoort. Aan de buitenzijde van de kerk werd boven de ingang een wit marmeren Theresiabeeld geplaatst met aan de sokkel gebeeldhouwde rozen. Het beeld werd door Wim Harzink uit Rijsenburg in Italië (waar hij werkte) vervaardigd.
De bouw van de lagere school
In 1929 werd het grondbezit van de rooms-katholieke kerk uitgebreid door de aankoop van grond. Een verzoek van het kerkbestuur aan de gemeente Maarn om medewerking te verlenen tot de oprichting van een rooms-katholieke lagere school werd schoorvoetend ingewilligd. De bouw van de school en onderwijzerswoningen werd in augustus 1930 aanbesteed.
De school werd op 1 april 1931 in gebruik genomen en op 13 april ingezegend door deken Fock van Amersfoort. Men ging van start met zestig leerlingen.
In 1928 al was een eigen autobusdienst ingesteld. De bus diende voor het vervoer van kinderen uit Doorn naar de school in Maarn. Op zondag werd de bus gebruikt voor de kerkdiensten. Deze busdienst bleef tot eind 1936 gehandhaafd. |