Tijdens mijn contacten in diverse zorgcentra in de regio, alsook in gesprekken met parochianen van de opgeheven parochie Austerlitz,  kom ik ouders en grootouders tegen die zich zorgen maken om hun kinderen en kleinkinderen die niets meer met het geloof van doen hebben. Nu valt  juist bij die kinderen en kleinkinderen dikwijls op hoe sociaal dienstbaar zij zijn, en tot naastenliefde bereid. Dat vindt Jezus in de evangelielezing op “Christus Koning” uiterst belangrijk, ja beslissend. Deze evangelielezing kan hen gerust stellen. Jezus spreekt over mensen die met  grote vanzelfsprekendheid oog hebben voor de hulpbehoevenden in hun omgeving. Zij beseffen zelf niet hoe goed zij zijn. Dit is het toppunt van goedheid, waar je gegarandeerd de hemel mee binnenkomt, zegt Jezus in het evangelie. Jezus  vereenzelvigt zich met de minsten in de samenleving. Hij leeft onder ons in de armen en behoeftigen. ‘Al wat jullie gedaan  hebben voor een van  de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan’ (Matteüs 25, 40).

Pater Jan Holman