Schriftlezingen: Genesis 15,5-12.17-18 en Lucas 9.28b-36

Lastige lezing – met een offerritueel dat vreemd voor ons is. Vanuit de band, het verbond, van God en Abraham belooft God hem nazaten zo talrijk als de sterren aan de hemel – ontelbaar dus – en belooft hen dit land te geven. Het volk en dit land wortelt dus in God!
God sluit een verbond met Abraham. Bemerk: GOD sluit een verbond. Het berust niet op ampel overleg tussen beide partners. God biedt ’t aan, of Abraham wil of niet! Eenzijdig dus. Het behelst: Ik schenk dit land…band tussen volk en land is God-gegeven. Moet je nu spreken van ‘het beloofde land’ of van ‘land van belofte’ (= waar de belofte zich realiseert), of mag je deze twee niet los van elkaar zien? En vraagt het feit dat het gegeven is, niet om een zorgvuldig en eerbiedig omgaan met dit geschenk?

Boven op de berg ben je dichter bij God; Jezus zoekt het hogerop. Ideale plek om te bidden en om verbinding met God te zien. Mozes en Elia, die men beiden bij-God geloofde, spreken met Jezus over zijn exodus, zijn heengaan in Jeruzalem, als over een voltooiing, een vervulling. Dat ontgaat Petrus cum suis, zij slapen (of willen ze het niet horen?). Petrus wil hen vasthouden: “zo moest het altijd zijn! Voor ieder een onderdak.” Die opmerking wordt gezien als onkunde, domme praat. Voor Petrus is Jezus’ gang naar Jeruzalem meer afgang dan vervulling! Bedenk dat Jezus net voor de Thaborscene, vraagt: wie zegt men dat ik ben? En dan: Wie zeggen jullie? Tegen die achtergrond is Petrus’ opmerking domme praat. En dan komt ‘de wolk’, teken van Gods aan- en afwezigheid tegelijk. Je ziet ‘m en kunt er zo doorheen lopen. Een wolk met een stem, blijkbaar alleen tot Jezus gericht. Een wonderlijke ervaring. Zo wonderlijk dat ze het voor zichzelf houden.

In het verhaal van Sholem Asch, Christus in het getto, neemt Christus de gedaante van de lijdende, gestorven rabbijn aan.

Henk Bloem, pastor

Voor blogs bij de lezingen van deze zondag: lees hier.