Schriftlezingen: Daniël 12:1-3 en Marcus 13:24-32

Beide lezingen behoren tot ‘t apocalyptische genre. Verhalen over ons ,ons leven, onze wereld in het licht van de toekomst. Moeilijke teksten—maar ’t gaat wel over ons perspectief, onze hoop en verwachting. Dat perspectief probeer ik te onthullen/bloot te leggen.
Daniël onthult (= apocalyps) het verleden om zijn tijdgenoten te helpen leven met de zware tijd die ze doormaken. Hij schrijft ‘achteraf’, spreekt, zeg maar: alles overziend, zijn tijdgenoten moed en hoop in.
Hij spreekt van ‘een tijd van nood’, en van ‘in die tijd’ (2x). Vage aanduidingen. Is het alleen die ene tijd van toen, of doet ‘die tijd’ zich telkens voor? Daniël verkondigt dat tenslotte en uiteindelijk bij ‘hoop’, ‘verrijzenis’ en ‘eeuwig’ horen. Het einde is ook een nieuw begin. Sommigen berekenen angstig het tijdstip van het einde; wachten boven op een berg. Maar is de vraag niet veeleer: Waar gaat het tenslotte om? Zijn woorden als ‘uiteindelijk’, ‘tenslotte’, ‘einde van de wereld’, niet woorden die zeggen dat in elk moment het werkelijke leven doorschemert? In elk moment het: Waartoe zijn we op aarde?
Onze Daniëllezing bevat naast de erkenning van ‘tijd van nood’, veel dat tot hoop, en volhouden uitnodigt. De grootvorst Michaël (de Hebreeuwse naam = Wie is als God) wiens naam een positieve uitroep is, staat voor ‘bescherming, gered worden, zullen ontwaken, stralen, schitteren’. Dat kunnen we wel gebruiken bij de overgang naar 2022 – een nieuwjaar. Wat zal ze ons brengen?

Ook Marcus kijkt vooruit. Meldt verschrikking en ondergang maar ook de hoopvolle komst van de Mensenzoon. Hij beschrijft de ondergang niet maar verkondigt ze. Roept op tot een waakzaam, een zorgvuldig leven.

De dichter K. Michel zegt:
“Alles wat ik van de hemel weet, heb ik onder mijn voeten op straat gezien in de regenplassen”

Henk Bloem, pastor

Voor de blogs bij de lezingen van deze zondag: lees hier.