Schriftlezingen: Maleachi 3,19-20a en Lucas 21.5-19

Maleachi betekent ‘mijn bode’ of ‘mijn engel’. Hij schuift nog net op tijd aan om in de Bijbel opgenomen te worden en gelukkig komt hij ook – al is het maar met een paar regels – voor een zondagslezing in aanmerking. Floor Maier, romeinse studievriend, typeerde hem met de boektitel: Klein maar Fijn. De kern van Maleachi’s boodschap draait om gerechtigheid, rechtvaardigheid en zuiverheid voor de eredienst. Dat hij daar zo voor pleit is een teken dat het daaraan ontbrak in het (sociale) leven van het volk Gods. Hij is geen echte schrijver! Zijn hele boekje omvat maar drie hoofdstukjes! Het zijn wel veelal rake zinnen: zie bijv. 1,6-7 en 2,1vv en 2,17 en 3,6vv. Zo actueel, of beter: zo van alle tijden. Zinnen die ook ons – zoveel eeuwen later – aan het denken zetten.

De dreiging met vuur als allesvernietiger, horen we later weer uit de mond van leerlingen van Jezus in Lucas 9,54. Dat vuur wijst Jezus af. Het is ook ander vuur dan de vrouw van P. Adema bedoelde toen haar man gevraagd werd landbouwminister te worden en toen ze zei: “Je mag die functie alleen aannemen als ik het vuur in je ogen zie”.

Maleachi had gelijk; de leerlingen zijn geen haar beter. De dreiging is van alle tijden. “Zie de dag gaat komen”, zegt Maleachi (3,19) en in het evangelie zegt Jezus (Lucas 21,5): “Er zal een tijd komen…” Dreigende taal, zeker doordat het ‘wanneer?’ geen antwoord krijgt. Het is van alle tijden. En de slotzin “door standvastig te zijn, zult ge uw leven winnen” betreft niet alleen de mensen van toen.

Henk Bloem, pastor

Voor blogs bij de lezingen van deze zondag: lees hier.