De blogs van deze week gaan allemaal over ziende blind zijn. Met je ogen kunnen kijken en toch niets zien.


Verschillende blikopeners!

Iemand kan zich bekeken voelen vanwege uiterlijk, houding, kleding, spraak, opleiding, werkeloosheid, uitkering. Kan zich uit schaamte terugtrekken en zich minderwaardig voelen. God ziet niet zoals de mens ziet. Zijn kijken is een zegen: “Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden …”. Als God, als iemand ons zo aankijkt – niet bekijkt – dan ogen we goed.

Abraham, burger van Burkina Faso (= ‘land van eerlijke mensen’) is ernstig visueel gehandicapt. Hij vertelt: “Mijn ouders schaamden zich voor mij, ik voelde me afgewezen. En de staat weigerde een gehandicapte een baan te geven”.
Elias Canetti, ‘De oorgetuige’, blz.18; “van oorsprong was de blinde niet blind, maar hij is het zonder veel moeite geworden. Hij heeft een fototoestel, dat heeft hij altijd bij zich en hij vindt het
heerlijk om zijn ogen dicht te houden… Hij gelooft niets dat niet gefotografeerd werd. Zijn motto is: ‘voor de draad met de foto’s!’ Dan weet je tenminste wat je echt gezien hebt, dan kun je je vinger erop leggen, dan kun je ook gerust je ogen open doen en heb je je blikken niet vooraf verkwist.”
Blind & blind is twee. De een zegt: “Ik zie het niet meer zitten.” De ander zegt: “ik kan het gewoon niet zien”. Vraag: Wie lijdt het meest aan zijn blindheid?
Monic Slingerland houdt een interview met J. Hull die op zijn 45ste blind werd. Zij schrijft: “Bij het weggaan waarschuwt hij me voor het stenen trapje voor het huis, waarvan de treden ongelijk zijn. Hij heeft eraan gedacht dat het voor mij te donker is om dat goed te kunnen zien”. (Trouw 1992)

Mooi Boek
J. Saramago, ‘De stad der blinden’, Meulenhoff 2015. (paperback)

Henk Bloem, pastor

Meer verdieping in de lezingen van komende zondag: lees hier