“Eindelijk is die dag dan toch aangebroken.” Zo viel kardinaal Eijk tijdens zijn openingswoord bij de priesterwijding van Gauthier de Bekker op zaterdag 25 juli maar meteen met de deur in huis. Hij doelde daarmee op de zeven weken uitstel die deze plechtigheid vanwege de coronaviruspandemie had opgelopen. Desondanks was De Bekker “erg dankbaar dat de wijding met slechts een kort uitstel” kon plaatsvinden, zo schreef hij zelf in het zomernummer van ‘t Zout, het magazine van de parochie H. Lebuinus (één van de parochies waar De Bekker werkzaam is).

Enkele maanden eerder was De Bekker bij de kardinaal om video-opnames te maken voor de online viering van Palmzondag voor jongeren, memoreerde de aartsbisschop in zijn openingswoord. “En daarna wilde je me nog even spreken. ‘Eminentie, dat van 6 juni, dat gaat toch wel door hè?’ Maar het ging niet door. Ik weet nog dat je heel erg teleurgesteld was, om niet te zeggen: aangedaan. Dat is niet omdat je nou zo’n emotionele figuur bent, Gauthier, maar dat is een uiting van je diepe verlangen naar het priesterschap. Je hebt dat jaren gekoesterd, al vanaf 13-14 jarige leeftijd. Je hebt er jaren hard voor geploeterd en gestudeerd – en uiteindelijk was het toen 6 juni en ging het niet door. Maar nu zijn we dan toch zo ver. […] We bidden vandaag dat de Heer die je geroepen heeft, de Heer van de oogst, je priesterleven buitengewoon zegenrijk en vruchtbaar mag maken voor de mensen die aan je priesterlijke, pastorale zorgen zullen worden toevertrouwd.”

 

Over die door kardinaal Eijk genoemde teleurstelling schreef De Bekker in ‘t Zout dat deze hem “echter wel de diepte en grootte van mijn eigen verlangen liet zien die ik door haar vanzelfsprekende aanwezigheid wel eens uit het oog verloor. Bij het beschrijven van deze gang van zaken komt het lied van De Dijk mij in het hoofd: ‘Een man weet pas wat hij mist als ze er niet is.’ Dit gold dus ook voor mij. Ik wist pas hoe diep mijn verlangen was door deze situatie. Nu ben ik dus extra dankbaar en verheugd dat ik op 25 juli door kardinaal Eijk in Utrecht tot priester zal worden gewijd en daarmee meer gelijkvormig aan Christus de sacramenten van boete en verzoening, het doopsel, het huwelijk, de ziekenzalving en de Eucharistie mag bedienen.”

 

In zijn preek ging kardinaal Eijk in op de heilige apostel Jacobus de Meerdere, wiens feest op 25 juli werd gevierd. “Vanwege zijn moedige getuigenis van Jezus werd Jacobus de eerste martelaar onder de apostelen,” aldus de kardinaal. “Koning Herodes liet hem tijdens een christenvervolging te Jeruzalem in het jaar 44 onthoofden. Zo dronk Jacobus de beker die Jezus had gedronken aan het kruis en deelde op bijzondere wijze in Diens lijden.”

 

 

Vervolgens zei hij tot de wijdeling: “Als priester zul je jezelf evenals Jacobus totaal geven aan en voor de Kerk. Daarmee wil ik niet zeggen dat je vanwege de verkondiging van het Evangelie onthoofd zult worden. Ons leven kunnen we op veel manieren geven voor Christus en zijn Kerk. Zo vergt de geduldige verkondiging van het geloof in Christus en de bediening van de sacramenten veel van de priester in een geseculariseerde samenleving die daar weinig voor openstaat. De totale zelfgave aan de Kerk houdt ook in dat je al je talenten voor haar inzet. Je hebt talrijke talenten, die vooral op praktisch vlak liggen. De begeleiding van jongeren, de catechese en de omgang met mensen gaan je goed af en worden door parochianen hogelijk gewaardeerd. Je hebt een technische knobbel, waardoor je goed met de moderne media kan omgaan. Daardoor kun je – zoals dat in hedendaags goed Nederlands heet – een ‘influencer’ worden ten positieve. Gauthier, geef jezelf en alles wat je hebt en zet je talrijke talenten in als priester. Zodat je evenals de heilige Jacobus door je zelfgave veel mensen tot Christus brengt.”

 

Foto’s: Ramon Mangold
Bron: Nieuwsbrief aartsbisdom.nu, nr. 220