2e zondag van de vasten (B)

Schriftlezingen: Gen 22.1-2.9a10-13.15-18  en Rom 8.31b-34  en Mc  9.2-10

Genesis 22,1-18
“Hier ben ik” in het Hebreeuws: “Hineni”. Zo antwoordden joden toen ze door de Gestapo opgeroepen werden. En Hineni  bevestigde niet alleen dat zij/hij er fysiek was, maar ’t woord had ook een religieuze lading zoals bij  Abraham (Gen 22,1 en 11).  “Hineni” is meer dan vlakweg “ja juf, hier ben ik”, het heeft ook iets religieus, iets zelfbewusts:’ ik ben  bereid te doen wat God vraagt.” (zie Gen 22.1 en 22,11).
Abraham was 100 jaar toen zijn zoon Isaak werd geboren (Gen 21,5). Moeder Sara schoot in de lach—ze begreep dat dit ook om te  lachen was. Dit kind kon niet alleen van hun beiden zijn.
God vraagt nogal wat van Abraham: Isaak, enigst kind, lieveling, als brandoffer opdragen. En, oh ironie, Abraham laat Isaak het hout voor zijn eigen ‘brandoffer’ dragen. Hij bindt zoon Isaak op het geïmproviseerde altaar—wil dan verder gaan, maar een engel van de Heer springt ertussen. Dan blijkt gelukkig dat Abrahams bereidheid zijn eigen zoon te offeren voldoende is. God weet nu dat hij Godvrezend is en belooft hem in plaats van één zoon, nakomelingen even talrijk als de sterren aan de hemel en de zandkorrels. Zie ook Gen 13.16-; 15,5; -Dit zijn geen getallen zoals in het bevolkingsregister. Hier blijkt dat getallen indruk kunnen maken en oproepen: “Zoveel?”

 

Emeritus-pastor Henk Bloem

Lees voor meer verdieping bij de zondagslezingen de Blogs van de week

Het jaar 2023-2024 (B)

Het jaar 2022-2023 (A)

Het jaar 2021-2022 (C)

Het jaar 2020-2021 (B)

Het jaar 2018-2019 (C)

Het jaar 2017-2018 (B)