Project omschrijving

Schriftlezingen: Jesaja 35:4-7 en Marcus 7:31-37

Jesaja 35 kent maar tien verzen. Klein maar fijn. Ze zijn ze de inspiratie voor Oosterhuis’ krachtige lied: “De steppe zal bloeien”. Krachtig omdat ze hoop en vreugde om een nieuwe toekomst uitstraalt. De verzen staan bol van alle synoniemen van vreugde en jubel. En die stroom van jubel brengt alles tot leven. Het hoofdstuk kent wel tien woorden die vreugde, vernieuwing, jubel en juichen uitstralen. De steppe zal transformeren in bloeiend land. Die hoop is zo sterk dat de woestijn nu al begint te transformeren! Wat een ommekeer tegen de zwarte achtergrond van de ballingschap!
De paar verzen roepen vanzelf de stroom vluchtelingen, ontheemden, wanhopigen die op dit moment over onze aarde gaat, op. De bemoediging “Houd moed wees niet bang” (vers 4) lijkt daar een te gemakkelijk zoethoudertje, bij.
Maar deze ommekeer wordt niet van mensen, maar van God verwacht, gehoopt. Dat God (weer) met hen zal zijn, dat maakt alles anders: Dán (vers 5 en 6) gaat alles weer open. Velen vonden de woorden van president Biden, We zullen jullie dit niet vergeven, we zullen jullie opjagen en laten boeten”, misplaatst! Als mensen wraak nemen, vergelden, roepen ze een keten van negatieve reacties in het leven. Gods wraak, vergelding mikt op: “Hij komt u redden” (vers 4).

De evangelielezing zoekt een antwoord op de vraag: Wie is deze Jezus? Is hij de Messias? Na de uitzending van de leerlingen (6.6b) symboliseert een mens die “moeilijk sprak” (vers 32) hoe moeilijk het is een brug te slaan. In het eerste deel van Marcus zien we steeds dit onbegrip, dit niet begrijpen (voor de boekenwurm: 6:52; 7:6vv; 7:18; 8:17; 8:22-26; 8:33). Ook de leerlingen begrijpen ’t niet (6.52). En Jezus zucht (ook 8.12) bij al het onbegrip: “Effeta, ga open”. Niet alleen de oren, maar open voor de persoon van Jezus. Wil hij daarom ook niet dat het rondverteld wordt? Omdat hij niet om zijn wonderen bekend wil staan, niet als ‘de grote, de geweldige Messias’? Maar dat werkt averechts. Vanaf Petrus’ belijdenis (8:29-30) maakt Jezus duidelijk dat hij als Messias door lijden getekend wordt. Maar dat vergt nog een hele weg.

Mij komt de wraak toe, ik zal vergelden (Romeinen 12.19)
‘Wee het leven van de mensen, hoe prijzenswaardig ook,
als U het gaat onderzoeken zonder uw barmhartigheid!
Omdat U onze fouten niet streng onderzoekt,
hopen we met vertrouwen op een plaats bij U.
Trouwens als iemand zijn ware verdiensten voor u opsomt,
Wat anders somt hij dan op dan alleen úw gaven?
(Augustinus, Belijdenissen 9.34)

Henk Bloem, pastor

Voor blogs bij de lezingen van deze zondag: lees hier.