Project omschrijving

Schriftlezingen: 2 Kronieken 36:14-16, 19-23 en Johannes 3:14-21

De lezing uit het laatste hoofdstuk van 2 Kronieken geeft geen vrolijk beeld. De tempel in Jeruzalem die door de Heer (zo wordt het Hebreeuwse JHWH vertaald. JHWH is de naam van Israëls God ) is geheiligd, wordt door priesters en voornaamsten van het volk ’ontwijd’. Ze hebben lak aan het ‘huis van de Heer’. De Heer blijft proberen hen op andere gedachten te brengen. Hij straft niet onmiddellijk, geeft geen lik op stuk, blijft proberen hen als volk van de Heer terug te winnen.
Maar er zijn grenzen: Uiteindelijk wordt het volk in ballingschap naar Babel afgevoerd. Ze hebben erom gevraagd! Door hun ontrouw aan JHWH, de Heer van de bevrijding uit de slavernij, kiezen ze voor een bestaan gedomineerd door zwaard (geweld), geld en slaven, als in Egypte. Dat niet een politieke reden maar een religieuze, (on)trouw aan JHWH, als oorzaak van de ballingschap wordt aangevoerd is typerend voor het boek Kronieken. Dat geeft ook een grote diepte aan de vraag van ‘de Joden’ aan Jezus, als hij de zweep legt over allen die het huis van de Heer ontwijden: “Mag jij zo optreden?” (Johannes 2:13vv).  Jezus’ opkomen voor het huis van de Heer is veel meer dan een kwaaie bui! Hij komt op voor het volk Gods.

De evangelielezing richt onze blik op de persoon van Jezus. Nadat Nicodemus te horen kreeg dat een mens opnieuw geboren moet worden, vertelt Johannes over de betekenis van Jezus in dit heilsplan!
Hij, de Mensenzoon – geen godenzoon! – moet hoog verheven, ‘geloofd en geprezen’(zie GvL 292) worden ‘opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft’. En Hij is ook de eniggeboren zoon van God – is dus van tweeërlei oorsprong – die eeuwig leven geeft. Niet om te oordelen, maar om te redden, waarbij ‘redden’ de betekenis heeft van het leven verheffen. Geloven in hem is cruciaal – waarbij ‘geloven’ meer is dan de geloofsbelijdenis kennen. Het betekent: Het licht zoeken en volgen. En licht is als lichtend voorbeeld. Het duidt op een leven verlicht door dit licht waarin oplicht dat God de bron van dit leven is.
Geen gemakkelijke kost, maar dat wist Nicodemus wel toen hij in het donker van de nacht zijn licht bij Jezus opstak.

Vorige week lazen we: Jezus wordt kwaad – wat een huis Gods zou moeten zijn, is een plek waar mensen bedonderd worden en bedonderen, afgezet en afzetten, het vel over de oren trekken of getrokken krijgen. Kortom, een afspiegeling van een mentaliteit die haaks staat op het volk-van-God zijn. Zijn er nog tempels, hebben wij nog plaatsen, momenten waar deze andere wind waait. Zou Jezus oproep om ‘om te keren’ (Grieks metano-eite Marcus 1:15) daar niet op slaan?

Henk Bloem, pastor

Voor blogs bij de lezingen van deze zondag: lees hier.