Project omschrijving

Schriftlezingen: Jesaja 22.19-23 en Mat16.13-20

Wisseling van de wacht. Hofmaarschalk Shebna, blijkbaar een corrupte goed voor zichzelf zorgende bestuurder, wordt door God afgeschreven en Eljakim, ‘mijn dienaar’ genoemd, wordt naar voren geschoven. Hij zal een vaderlijke bestuurder zijn: die als vader zal zijn voor de mensen. Sleutels en pin onderstrepen zijn blijvende duurzame  positie. Nooit meer als vroeger!

Op het eerste gezicht lijken de sleutels de link tussen beide lezingen. Maar de overgang naar een ‘vader’ (1e lezing), en naar ‘sleutels van koninkrijk der hemelen’ (evangelie) is, denk ik, nog veel belangrijker.

Jezus vraagt zijn leerlingen wat de mensen denken van de Mensenzoon. Hij bedoelt zichzelf. Op hun antwoord, dat zij Hem met grote figuren uit het verleden vergelijken, wordt  niet ingegaan. Dan vraagt hij aan zijn leerlingen: “Wat denken jullie zelf?” Voor zij hun mond open doen zegt  Petrus: “U bent de lang verwachtte Messias – de Zoon van de levende God”. Van ‘Mensenzoon’ spreekt hij niet meer. Hij belijdt Jezus als Zoon van de levende God zoals in Mat. 14.33; 26.63; 27.40-43; 27.54 waarbij  ‘Zoon van’ niet fysiek verstaan moet worden maar zoals bv. in Exodus 4.22-23:  iemand die leeft en doet in de geest van de levende God. Dat is pas een echte zoon!! ‘t zit ‘m niet alleen in de biologie.

Het lijkt of Petrus iets in Jezus ziet, wat de anderen nog niet zien!? Jezus noemt hem ‘Zalig’ – zoals vele anderen bij de Zaligsprekingen (%,1vv). En Jezus doet een belofte aan Petrus waarin de woorden ROTS, MIJN KERK, SLEUTELS VAN KONINKRIJK  DER HEMELEN, ZEGGINGSMACHT TOT IN DE HEMEL voorkomen. Woorden die in onze kerkgeschiedenis vaak heel eenzijdig, gelijkhebberig en in machtstermen geïnterpreteerd zijn en waar we weer eens goed naar moeten kijken. Ik kan dat hier niet in kort bestek. Om deze discussie te ontlopen, nu een paar notities die ik als BLOGS vermomd heb. Maar eerst ter ontspanning een gedicht van E.Dickinson:

DE GELUKKIGE STEEN
Gelukkig is de kleine steen.
Hij zwerft het pad langs, heel alleen.
Carrière maken doet hij niet,
Hij heeft geen rampen in ’t verschiet.
Zijn bruine jasje is gebreid
Door Oude Moeder Eeuwigheid.
Als de zon onafhankelijk
En praktisch onvergankelijk,
Voert hij God’s creatief besluit
In zorgeloze eenvoud uit.
(Emily Dickinson, vert. W. Wilmink.)

Henk Bloem, pastor

Voor blogs bij de lezingen van deze zondag: lees hier